Begijnhofmuseum

Begijnhofmuseum

'Dames met een zwart habijt en een witte kap, karikaturaal afgebeeld in stripverhalen': ziehier het beeld dat jongeren in de toekomst dreigen te hebben van begijnen. Maar het Begijnhofmuseum weet wel beter!

Zeg geen non tegen een begijn

'Begijnhof 56' is een echte, oude begijnenwoning. Hier woonden tot de jaren '70 acht arme begijnen samen in het Sint-Jansconvent. Alle voorwerpen in het museum hebben dan ook ooit toebehoord aan Turnhoutse begijnen. Een geluk, want zo ontdek je het grote verschil tussen een kloosterzuster en een begijn. Een begijn legde geen gelofte van armoede af. Als ze rijk was, kon ze zich alles veroorloven. Maar was ze arm, dan moest ze werken.

Van pastorie over convent naar museum

Pastoor Johannes Mermans woont van 1677 tot 1697 in 'Begijnhof 56'. In 1963 sticht hij er het Sint-Jansconvent. Na zijn overlijden krijgen acht armere meisjes/vrouwen de kans om begijn te worden. In 1953 geeft het OCMW De Vrienden van het Begijnhof de toestemming om de oude voorwerpen van de begijnen te verzamelen op het gelijkvloers van het convent. Het museum evolueert van twee kamers naar de hele voorbouw. In 1998 wordt de achterbouw mee in gebruik genomen en krijgt het museum zijn huidige oppervlakte.

Bezoek het Begijnhofmuseum met gids

Boek een groepsbezoek onder leiding van een gids aan het Begijnhofmuseum.